Artikel luisteren
11min
Meer info
Het Belfort in Brugge, het Stadhuis van Leuven, de Citadel van Diest, Kasteel De Lovie in Poperinge en het Rubenshuis in Antwerpen: in die 5 monumenten pompt de Vlaamse regering extra geld, in totaal 24 miljoen euro. Dit zijn de verhalen achter de 'erfgoedparels', waarmee we volgens de regering in binnen- en buitenland kunnen uitpakken
Samenvatting:
De Vlaamse regering geeft 24 miljoen euro extra aan 5 monumenten: het Belfort in Brugge, het Stadhuis van Leuven, de Citadel van Diest, Kasteel De Lovie in Poperinge en het Rubenshuis in Antwerpen.
Het Belfort krijgt het meeste geld (5,5 miljoen euro), gevolgd door het Leuvense stadhuis (5,25 miljoen euro), de Citadel van Diest (4,91 miljoen euro), Kasteel De Lovie (4,69 miljoen euro) en het Rubenshuis (3,61 miljoen euro).
We vertellen de geschiedenis achter deze 5 monumenten.
Het Belfort in Brugge gaat met de grootste hap uit het budget lopen. De 13e-eeuwse toren van 83 meter hoog had vroeger vooral een administratieve functie: de rijkdommen van de stad en het stadsarchief werden er bewaard. De Stadshallen onder de toren waren een overdekte marktplaats.
Wanneer het Belfort precies werd opgetrokken is onbekend, maar waarschijnlijk stond er in het begin van de 13e eeuw al een houten stadshal met toren. In de jaren die volgen, of zeg maar eeuwen, verandert het bekende Brugse gebouw meermaals van uitzicht.
Zo wordt de toren doorheen de jaren getroffen door 3 zware branden. In 1280 ging daarbij het volledige stadsarchief verloren. In 1493 volgde een zware blikseminslag tijdens een storm, waardoor de houten spits volledig afbrandde. Enkele jaren later werd de torenspits opnieuw opgebouwd, maar na een nieuwe zware brand in 1741 was het voorgoed gedaan met de houten spits.
Op het schilderij 'De Markt in Brugge' van Jan Baptist van Meunincxhove kan je de houten spits op de toren zien, die in 1741 voorgoed afbrandde.
Ook de functie van het gebouw veranderde voortdurend. Naast een bewaarplaats voor de stadsrijkdommen en het archief, werd het Belfort gebruikt als locatie om officiële boodschappen van het bestuur te verkondigen, de zogenaamde 'hallegeboden'. Het was ook een ideale uitkijktoren om vijanden te spotten en de tientallen stadsklokken konden de middeleeuwse Bruggelingen waarschuwen bij brand en gevaar.
Vandaag is het Belfort een stedelijk museum. Via de 366 trappen kunnen bezoekers naar de top klimmen om daar van het panoramische uitzicht over Brugge te genieten. Onderweg kom je onder meer de beiaardierskamer en de originele schatkamer tegen, waar vroeger de rijkdommen van de stad werden bewaard.
Hier gaat de 5,5 miljoen euro naartoe:
restauratie monument
verbetering bezoekersparcours
veiligheid
ontsluiting van onder meer de schatkamer, de beiaard en de beiaardklokken
De volgende in de lijst is een van de bekendste stadhuizen van ons land, dat van Leuven. Oorspronkelijk stond dat niet op de Grote Markt, maar op de Oude Markt. In de 15e eeuw besliste de stad om een nieuw stadhuis op te trekken op de huidige locatie.
Het prestigieuze bouwproject begon in 1439, nam zo'n 30 jaar in beslag en werd geleid door 3 bouwmeesters. Ook daarna gingen de werken zo goed als onafgebroken door, met verschillende verbouwingen, uitbreidingen en restauraties.
Een van de opvallendste kenmerken van het gebouw is uiteraard de rijkversierde gevel. Die telt maar liefst 236 nissen met beelden van vorsten, geleerden en andere historische figuren die een band hebben met Leuven.
Onder hen onder andere humanist Erasmus en de arts Andreas Vesalius, maar ook de graven van Leuven en de hertogen van Brabant, die over de stad heersten. Ook koning Leopold II stond afgebeeld op de gevel, maar zijn beeld werd in 2020 verwijderd vanwege het koloniale verleden van België.
Een imposante gevel, maar uiteraard had en heeft het gebouw ook praktische functies. Zo diende de wandelzaal onder meer als overdekte marktruimte en als gerechtszaal. Lange tijd was het gebouw ook de thuisbasis van de stadsdiensten en het college van schepenen en de burgemeester.
Sinds hun verhuizing naar het nieuwe Stadskantoor aan het Professor Roger Van Overstraetenplein, vlak bij het station van Leuven, heeft het historische stadhuis vooral een ceremoniële functie. Na de renovatie zal de gemeenteraad er nog steeds vergaderen, maar moet het gebouw ook een ruimte zijn voor bezoekers, tentoonstellingen en educatieve projecten.
Hier gaat de 5,25 miljoen euro naartoe:
herstelling van gevels, daken, interieurs en kunstwerken
verbetering toegankelijkheid, energieprestaties en onthaal
ruimte voor bezoekers, tentoonstellingen en educatieve projecten
We blijven in Vlaams-Brabant, maar gaan wat meer naar het oosten, naar de Citadel van Diest. Het is de enige overgebleven bakstenen citadel van Vlaanderen. De indrukwekkende vesting (11 hectaren groot) werd in de 19e eeuw gebouwd om de stad te verdedigen. Later kreeg het allerlei andere functies binnen Defensie.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Duitse bezetters de citadel onder meer als opleidingscentrum van het NSKK, een paramilitaire transportorganisatie van de nazipartij. Vlaamse en Nederlandse vrijwilligers werden er opgeleid tot chauffeur of bijrijder. Na de Duitse overgave namen de geallieerden de site korte tijd in gebruik als gevangenis.
Later werd de citadel de thuisbasis van de Belgische parachutisten, beter bekend als de para's. Om het wat huiselijker te maken, werden de smalle ramen en schietgaten toen vervangen door bredere ramen. Ook enkele slotgrachten rond de site werden opgevuld.
In 2011 verloor de citadel definitief haar militaire functie. Sindsdien is het vooral een locatie voor verenigingen, sport en toerisme. Zo strijken de 'Gladiator Runs' er jaarlijks neer, met een uitdagend parcours vol zware obstakels, en is de citadel ook het decor voor de aankomst van de wielerwedstrijd 'Dwars door het Hageland'.
En er komt nog meer. Na de renovatie moet de citadel een 'bruisende ontmoetingsplek' worden, met onder meer een vernieuwd museum over de para's, een belevingscafé en een toeristisch onthaalcentrum. Ook de Hagelandse kunstacademie krijgt er een plek.
Hier gaat de 4,91 miljoen euro naartoe:
onthaal, museum en belevingscafé
plaats voor Hagelandse Kunstacademie
restauratie verbindingswallen tussen blok 3, 4 en 5 en de artillerietoren
restauratie van de walmuren
Later: nieuwe congres- en verblijfsfaciliteiten, met woongelegenheden en ondergrondse parking
Ook dit monument werd gebruikt tijdens een van de wereldoorlogen, maar was oorspronkelijk bedoeld als luxueus buitenverblijf van een steenrijke familie.
De opdracht voor het kasteel kwam van Marie-Joséphine van Renynghe en haar zoon Jules Van Merris, een succesvolle handelsfamilie. Zij schakelden de Kortrijkse architect Pierre Croquison in 1856 in om een prestigieus zomerverblijf te bouwen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg het domein een heel andere functie. 4 jaar lang diende het kasteel als militair hoofdkwartier voor Franse en Britse troepen. Vanaf het dak konden officieren het slagveld overzien.
Van juli tot november 1917 voerde het Britse leger van hieruit het bevel tijdens de Derde Slag om Ieper, beter bekend als de Slag bij Passendale. Ook prominente bezoekers als Winston Churchill, de Britse koning George V en de Belgische koning Albert I kwamen naar Kasteel De Lovie.
Dat de geschiedenis van het domein bijzonder veelzijdig is, bleek ook na de oorlog. Toen kwam het kasteel in handen van de provincie West-Vlaanderen. Het werd de thuisbasis van het Provinciaal Sanatorium Sint-Idesbald, waar patiënten met tuberculose werden behandeld. In die periode verschenen onder meer een kloostergebouw, 2 grotten en een dokterswoning op het domein.
Momenteel is het kasteel in handen van vzw De Lovie, die mensen met een verstandelijke beperking ondersteunt.
Het kasteel wordt soms ook wel het 'inclusiefste kasteel van het land' genoemd. Die naam verdient het sinds 1960, toen De Lovie zich verder ontwikkelde als een plek voor de opvang, het onderwijs en de begeleiding van jongens met een verstandelijke beperking. In de loop der jaren kwamen er meer dan 40 gebouwen bij om aan de noden van de verschillende leefgroepen te voldoen.
Die sociale gedachte zet zich tot op vandaag voort. Het kasteel is in handen van vzw De Lovie, die mensen met een verstandelijke beperking of psychische kwetsbaarheid ondersteunt.
Hier gaat de 4,69 miljoen euro naartoe:
restauratie van het interieur, het dak en het buitenschrijnwerk
verbetering toegankelijkheid, brandveiligheid en energieprestaties
ruimte voor horeca, vergaderingen, evenementen en bezoeken
Tot slot koos de Vlaamse regering nog voor het Rubenshuis in Antwerpen, de plek waar een van de bekendste barokkunstenaars woonde en werkte. In 1610 kocht Peter Paul Rubens het stadshuis en liet hij het ombouwen tot een indrukwekkend stadspaleis, geïnspireerd op de Italiaanse renaissance.
Rubens was namelijk veel meer dan alleen een schilder. Hij was ook diplomaat, ondernemer en architect. Dat zie je nog altijd aan de monumentale portiek en het barokke tuinpaviljoen, die hij mee vormgaf.
Achter de gevel speelde zich een bruisend kunstenaarsleven af. In een groot atelier werkten zijn leerlingen aan schilderijen op panelen en enorme doeken. Rubens zelf trok zich terug in zijn privéatelier op de bovenverdieping, waar hij zijn eigen werk maakte.
Na de dood van Rubens in 1640 bleef zijn vrouw Helena Fourment nog een tijd in het huis wonen. Later werd het door zijn erfgenamen verkocht en opgedeeld.
Nog eens veel later groeide het plan om de historische woning te bewaren voor de stad Antwerpen. Dankzij een legaat van de Antwerpse architect Henri Blomme kon de stad het pand uiteindelijk in 1937 aankopen. Na een grondige restauratie opende het Rubenshuis in 1946 de deuren als museum, met werken van Rubens, zijn leerlingen en tijdgenoten.
Niet alleen het huis, maar ook de tuin is bijzonder. Rubens had die oorspronkelijk aangelegd met een mix van Vlaamse en Italiaanse renaissancestijlen. Nog niet zo lang geleden, in 2022, werd de tuin opnieuw aangelegd. Voor het kleurenpalet kreeg de stad advies van niemand minder dan de Antwerpse modeontwerper Dries Van Noten.
De wereldberoemde kunstenaarswoning staat al enkele jaren in de steigers voor een grondige renovatie, en het einde van die werken is nog lang niet in zicht. Pas tegen 2031 zal het gebouw opnieuw openen voor het publiek.
Hier gaat de 3,61 miljoen euro naartoe:
nieuwe museumroute, die toegankelijker is en met vernieuwde technieken
de historische gebouwen worden klaargemaakt voor collectiebeheer, klimaatbeheersing, tentoonstellingen, onderzoek en evenementen
Source: VRT NWS · Nora Eurlings
At a glance
- Topic
- World
- Country
- 🇧🇪 BE
- Publisher language
- NL
- Added to Allnira