De iconische terrils bieden een mooi uitzicht over de streek.
RegioEisden
Artikel luisteren
9min
Meer info
Waar vroeger in Eisden (Maasmechelen) steenkool uit de grond werd gehaald en duizenden mijnwerkers in zware omstandigheden ondergronds werkten, wandelen vandaag bezoekers door een natuurgebied, shoppen ze in Maasmechelen Village en fietsen ze tussen de mijnterrils. De mijnsite van Eisden in Maasmechelen is in enkele decennia uitgegroeid van een symbool van zware industrie tot een van de grootste toeristische trekpleisters van Limburg.
Samenvatting:
De voormalige mijnsite van Eisden in Maasmechelen is in enkele decennia uitgegroeid tot een van de grootste toeristische trekpleisters van Limburg.
Na de sluiting van de mijn in 1987 bleven enkele gebouwen bewaard: de twee schachtbokken, de magazijnen (nu gemeentelijke academie) en het kantoorgebouw (nu hotel).
Maasmechelen Village was een van de eerste grote reconversieprojecten, later volgden recreatiegebied Terhills en de poort naar Nationaal Park Hoge Kempen.
Burgemeester Raf Terwingen (CD&V): "Maasmechelen Village is de locomotief geweest van de reconversie."
Van de oude mijngebouwen in Eisden werden er na de sluiting in 1987 slechts enkele bewaard: de 2 schachtbokken, de magazijnen die nu onderdak bieden aan de gemeentelijke academie en het kantoorgebouw dat nu een hotel is.
Shoppingcenter Maasmechelen Village was een van de eerste grote reconversieprojecten na de sluiting van de mijnen in Limburg. Het natuurgebied rond de terrils groeide uit tot een enorme eyecatcher in de regio.
125 jaar geleden werd er steenkool gevonden in de Limburgse grond. Er werden 7 koolmijnen opgericht, waar arbeiders uit heel Europa in zware omstandigheden werkten.
60 jaar geleden sloot Zwartberg als eerste mijn, in 1992 sloot de laatste mijn in Zolder. Daarna werden de sites herbestemd en kwamen kunst, economie en toerisme in de plaats. Dat lange reconversieverhaal is vandaag bijna afgerond. VRT NWS zoekt alle locaties opnieuw op.
Voor duizenden gezinnen betekende de mijn werk en bestaanszekerheid. Maar het was ook een harde en gevaarlijke werkplek. Jean Smits werkte 25 jaar als elektricien in de mijn van Eisden.
"Mijn werk was goed, maar voor de mannen in de productie was het zwaar, vuil en gevaarlijk", vertelt hij. Daarnaast maakte hij 15 jaar deel uit van de reddingsbrigade, voor noodgevallen onder de grond. "Ik heb verschillende dodelijke ongevallen meegemaakt. Die beelden raak je nooit meer kwijt."
De verbondenheid onder de mijnwerkers bleef ook na de sluiting bestaan. Jean is vandaag nog altijd voorzitter van de Mijnwerkers-Brancardiers van Eisden. “In de zomer van 1949 gingen 2 mijnwerkers uit Eisden op bedevaart naar Lourdes. En die kwamen terug met mooie verhalen en zo is ook in Eisden een afdeling opgericht." De vereniging trekt nog steeds op bedevaart naar onder meer Banneux, Scherpenheuvel en Dorne.
Elk jaar op 4 december, de feestdag van Sint-Barbara, worden de overleden mijnwerkers herdacht.
De schachtbokken als eerbetoon aan het verleden
De sluiting van de mijn in 1987 kwam hard aan. Lange tijd werd er tevergeefs gevochten voor het behoud van de mijn. Koen Albrechts was toen actief bij de christelijke vakbond.
"Ons eerste doel was de mijn openhouden", blikt hij terug. "Toen duidelijk werd dat dat niet meer kon, hebben we gevochten voor een sterk sociaal akkoord én voor nieuwe toekomstkansen voor de streek, om ervoor te zorgen dat mensen niet in de werkloosheid zouden belanden. De strijd was ruig en hevig."
Volgens Albrechts wierp die strijd vruchten af en was er eensgezindheid. "De samenwerking tussen de vakbonden, de lokale besturen, de provincie en LRM (Limburgse Reconversiemaatschappij) heeft ervoor gezorgd dat de reconversie is geslaagd."
Jos Hermans, Jean Smits en Koen Albrechts, elk met hun eigen verhaal over Eisden
Van de oorspronkelijke mijnsite bleef maar een deel overeind. De schachtbokken bleven als herkenningspunt bewaard, net als de voormalige magazijnen, die vandaag onderdak bieden aan de gemeentelijke academie. Het vroegere directiegebouw werd omgevormd tot hotel.
Volgens burgemeester Raf Terwingen (CD&V) is dat behoud van onschatbare waarde: "Alles wat erfgoed betreft in Maasmechelen is verbonden met de mijn. In de jaren 80 wilde men zoveel mogelijk afbreken, omdat de mijn als een schandvlek werd gezien. Gelukkig is een deel bewaard gebleven. We moeten ons erfgoed blijven koesteren."
Voor Terwingen is dat niet alleen historisch belangrijk, maar ook persoonlijk. Zijn grootvader werkte zelf in de mijn en ook zijn vader zette zich als burgemeester in voor het behoud van het industrieel erfgoed.
Maasmechelen Village, het outlet shoppingcentrum
Na de sluiting moest de streek zichzelf dan ook opnieuw uitvinden. Een van de eerste grote projecten was het shoppingcenter Maasmechelen Village. De komst van het outletcentrum was destijds niet vanzelfsprekend. Er waren verschillende plannen voor de site, zo waren er zelfs plannen rond de filmindustrie, maar uiteindelijk werd er gekozen voor retail.
De toen omstreden zondagsopening zorgde voor veel discussie. Zo vonden organisaties zoals Unizo dat de outlet niet zomaar de deuren mocht openen en eisten ze dat Maasmechelen Village op zondag dicht bleef om eerlijke concurrentie te beschermen. Maar vandaag is Maasmechelen Village een vaste waarde in de Europese retailwereld.
"Maasmechelen Village is de locomotief geweest van de reconversie", zegt Terwingen.
Later volgde recreatiegebied Terhills, dat uitgroeide tot het toeristische uithangbord van de gemeente. In het gebied ligt de natuur van Nationaal Park Hoge Kempen, er is een vakantiepark en een hotel en je kan er aan watersport doen.
"Mijn vader werkte al jaren aan dat dossier", vertelt de burgemeester. “Zo ging hij Center Parcs ten zuiden van Parijs bezoeken en werd zijn wagen leeggeroofd”, herinnert hij zich nog.
"Achteraf bekeken is de timing ideaal geweest. Vandaag past Terhills perfect binnen het verhaal van natuur en duurzaam toerisme."
Volgens algemeen directeur van Terhills Rudy Hulsman is de site uitgegroeid tot een internationale bestemming.
"Met het resort, het hotel, de wellness, de kabelskibanen, Maasmechelen Village en het Nationaal Park Hoge Kempen vormen we samen een sterk toeristisch geheel."
Een opvallend symbool van die nieuwe identiteit is 'Fietsen tussen de Mijnterrils'. Het parcours verbindt letterlijk het verleden met het landschap dat op de voormalige mijnterreinen ontstond.
Maasmechelen focust vandaag op groen toerisme met de grote toegangspoort voor het Nationaal Park Hoge Kempen.
“Het Nationaal Park Hoge Kempen is een mooi voorbeeld van natuurbeleving. Het was ook goed dat LRM ervoor gezorgd heeft dat niet alle sites op dezelfde manier werden ingevuld, maar dat er een grote diversiteit is op de verschillende mijnsites. Het is belangrijk dat we blijven investeren, zoals in de evenementenhal die er nog komt”, besluit de burgemeester.
Ook de tuinwijk rond de mijn bleef bewaard. De cité van Eisden geldt vandaag als een van de mooiste mijncités van Limburg.
Jos Hermans van Stichting Erfgoed Eisden zet zich in voor het behoud van dat erfgoed.
"Mijn vader werkte bovengronds in de mijn. Mijn schoonvader kwam vanuit Griekenland naar hier om een nieuw leven op te bouwen. Zo is ook mijn liefde voor de cité ontstaan. Ik woon hier graag en ook de nieuwe generaties komen hier graag wonen. "
In het Museum van de Mijnwerkerswoning wordt het dagelijkse leven van de eerste mijnwerkersgezinnen tastbaar gemaakt. Het museum speelde ook een rol in de film Marina en vertelt het verhaal van de vele migranten die vanuit heel Europa naar Limburg kwamen om in de mijnen te werken.
Ook het ontstaan van voetbalclub Patro Eisden is nauw verbonden met de mijn. De club werd tijdens de Tweede Wereldoorlog opgericht door kapelaan Van Schoenbeek, onder toezicht van de mijn. De club ontstond om te voorkomen dat spelers naar ploegen uit andere dorpen vertrokken.
Het museum van de mijnwerkerswoning.
Waar vroeger steenkool centraal stond, kiest Maasmechelen dus vandaag bewust voor natuur, recreatie en erfgoed. Terhills vormt de toegangspoort tot het Nationaal Park Hoge Kempen en de voormalige mijnsite blijft zich verder ontwikkelen.
Eerder bezochten we al de voormalige mijnsites van Zwartberg, Houthalen en Waterschei. Volgende week trekken we naar Winterslag, waar volop werd ingezet op cultuur.
Source: VRT NWS · Hans Put
At a glance
- Topic
- World
- Country
- 🇧🇪 BE
- Publisher language
- NL
- Added to Allnira