De Chinese wolhandkrab die Steven in zijn kelder vond.
Artikel luisteren
3min
Meer info
"Ik ging even iets halen in mijn kelder en plots lag ze daar": dat vertelt Steven Supply (52) uit Rillaar bij Aarschot die een Chinese wolhandkrab in zijn kelder vond. "Ik vermoed dat ze uit de beek verderop is gekomen. Anders is ze via de riolering binnengekomen."
"Ongelooflijk", lacht Steven. "Ik had nog nooit een Chinese wolhandkrab gezien. Het is heel raar dat dat beest zo ver van het water zit. Op ongeveer 100 tot 200 meter van hier ligt een beek. Ik vermoed dat ze daaruit gekomen is. Zo niet, dan is ze via de riolering binnengekomen", zegt Steven.
"Op de een of andere manier is de wolhandkrab dus in mijn kelder terechtgekomen. Ze is niet meer rechtgeraakt en is daar uiteindelijk gestorven."
"Ik hoor dat er wat verderop, in de Demer, wel meer zitten", vertelt Steven. Een aantal dagen geleden deed zich in Rotselaar nog een gelijkaardig voorval voor.
De Chinese wolhandkrab is voor haar voortplanting afhankelijk van zout water en maakt daardoor tijdens haar leven 2 keer de tocht van haar zoetwaterverblijf naar de zee.
Die trek bereikt zijn hoogtepunt in september, maar is nog tot november te zien. De krabben leggen daarbij ongeveer 10 kilometer per dag af. Dat ze zich net nu veel verplaatsen, is dus niet zo vreemd.
Wat is een Chinese wolhandkrab?
De krab dankt haar naam aan de behaarde scharen, schrijft het Agentschap voor Natuur en Bos. Je kunt de krab ook herkennen aan de 12 tanden op het rugschild: 4 tussen de ogen, 4 aan de rechterkant en 4 aan de linkerkant. De buitenste tanden zijn wel kleiner. De toppen van de scharen zijn wit. De Chinese wolhandkrab is de enige zoetwaterkrab die in Vlaanderen voorkomt.
De Chinese wolhandkrab is een krabbensoort die van nature voorkomt in Oost-Azië. De soort is via schepen naar Europa gekomen en komt dus ook in Vlaanderen voor.
De levenscyclus van deze krab is bijzonder. De krabben worden geboren in zee. In het voorjaar trekken ze via rivieren landinwaarts en leggen ze daarbij honderden kilometers af. Daar blijven ze tot ze groot genoeg zijn om zich voort te planten. Vervolgens trekken ze terug naar zee, waar ze uiteindelijk sterven. Die trek vindt plaats in het najaar.
De dieren zijn ongevaarlijk, maar kunnen wel voor de nodige overlast zorgen, bijvoorbeeld voor vissers. In Vlaanderen komen ze vooral voor in de Schelde en haar grote zijrivieren. Ze hebben hier geen natuurlijke vijanden.
Source: VRT NWS · Pieter-Jan Lesage
At a glance
- Topic
- World
- Country
- 🇧🇪 BE
- Publisher language
- NL
- Added to Allnira