Onder Spaanse invloed werd de grote Antwerpse kerk een kathedraal.

450 jaar na de Spaanse Furie brandt er in Antwerpen nog altijd een historisch Spaans vuur. Wie vandaag door de stad wandelt, botst op heel wat sporen van die overheersing. Al zijn die niet altijd even zichtbaar. Ze zitten ook verstopt in een bijnaam. Dit is het verhaal van sinjoren, stadsomwallingen en een kathedraal die liever een kerk zou zijn.

Deze week herdenkt Antwerpen de Spaanse Furie van 4 november 1576, een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de stad waarbij Spaanse troepen lelijk huishielden.

Maar de invloed van de Spanjaarden op de 16e-eeuwse Scheldestad merk je tot op de dag van vandaag. Een overzicht.

De Spaanse Furie, anoniem schilderij in het MAS.

Echte Antwerpenaren noemen zichzelf Sinjoren, een verbastering van de Spaanse aanspreektitel señor. Die stamt uit de 16e-eeuwse Spaanse bezetting en de Tachtigjarige Oorlog toen de voorname Antwerpse heren op die manier werden aangesproken door de Spaanse bezetters.

Om de hoek van de Antwerpse Grote Markt ligt de Spanjepandsteeg.

Doorheen de eeuwen is de term sinjoor geëvolueerd tot een geuzennaam voor iedereen die geboren is in de Antwerpse historische binnenstad uit 2 Antwerpse ouders. Aangezien er geen ziekenhuis met materniteit meer is in dat gebied, zijn de "echte" sinjoren al een tijdje aan het uitsterven.

De term leeft ook voort in de jaarlijkse campagne Opsinjoren. Daarin ondersteunt de stad sinds 1997 inwoners die hun buurt mooier en levendiger willen maken.

Wie in de stad woont, maar geen Antwerpse ouders heeft, is dan weer een pagadder. Afgeleid van het Spaanse werkwoord voor betalen, pagar. Over de exacte oorsprong doen verschillende theorieën de ronde.

Een ervan is dat wie van buiten Antwerpen kwam, tol moest betalen aan de stadspoorten. Het kan ook afgeleid zijn van de pagadores, de Spaanse betaalmeesters die in de stad op zoek gingen naar soldij en eten voor de soldaten. Die zagen de Antwerpenaars niet graag komen.

De pagaddertoren in de Antwerpse Hofstraat.

Dat kleine jongens ook pagadders genoemd worden, kan ook aan de Spaanse betaalmeesters gelinkt worden. Zij waren meestal kleiner van gestalte, en dus niet geschikt voor de wapens, wel voor ondersteunende opdrachten in het leger. Tot slot staat het vast dat er in de Lage Landen veel pagaddertorens verschenen. Dat zijn uitkijktorens om schepen te spotten die tol moesten betalen. Ook in Antwerpen vind je er een in de Hofstraat. 

Pas eind 19e eeuw verdwijnt in Antwerpen de Spaanse omwalling rond de stad. De vestingsmuren uit 1542 ruimden plaats voor de Leien, de brede stadsboulevard die nog steeds de grens van de historische binnenstad bepaalt.

Tot diep in de 19e eeuw hield de stedelijke bebouwing op bij het fort van de hertog van Alva, ook wel de Spaanse citadel of het Zuidkasteel genoemd. De huidige Kasteelpleinstraat verwijst daar nog naar. Om Antwerpen onder de knoet te houden, werd er aan de rand van de stad een dwangburcht gebouwd. Op die plaats ligt nu de huidige wijk het Zuid met bijvoorbeeld het museum KMSKA.

Op de kaart hieronder kan je de huidige stad vergelijken met de 18e-eeuwse Ferrariskaart waarop je het Spaanse bolwerk ziet.

Het Spaanse kasteel is al lang afgebroken, maar op het Antwerpse Zuid staat nog een ander bouwwerk dat getuigt van de Spaanse overheersing. De Waterpoort die nu aan het Zuidpark staat, werd in 1642 als ereboog gebouwd voor de Spaanse koning Filips IV. Hij bezocht echter nooit de stad.

De aandachtige lezer fronst nu de wenkbrauwen en beseft dat de Waterpoort in een stadsdeel staat dat in 1642 nog niet bestond. Oorspronkelijk stond het bouwwerk aan de Vlasmarkt, en in 1880 verhuisde het naar de Sint-Jansvliet. In de jaren 30 moest de ereboog ook daar wijken voor de bouw van de voetgangerstunnel en belandde hij op het Zuid.

Het Habsburgse wapenschild van de Spaanse vorsten siert de Antwerpse Waterpoort.

De ereboog voor Filips IV uit 1642 ofwel de Waterpoort.

Het is aan de Spanjaarden te danken dat Antwerpen een kathedraal heeft. Niet het gebouw, wel de status. Tot 1559 was er enkel sprake van een majestueuze Onze-Lieve-Vrouwekerk in Antwerpen. Het stadsbestuur en de lokale kerkprelaten zaten niet te wachten op de opwaardering tot kathedraal.

Vooral de inmenging van het centrale gezag van een bisschop zat hen dwars. Als machtige handelsstad was Antwerpen namelijk een smeltkroes vol calvinistische en joodse handelaren. Een te forse katholieke hand was dus allesbehalve wenselijk. 

Laat net dat zijn wat de Spaanse vorst en pilarenbijter Filips II wel voor ogen had voor die opstandige Antwerpenaren. Via een pauselijke bul - een formele brief die uitvaardigd wordt door de paus - verhief hij de Antwerpse kerk tot kathedraal. Het toenmalige stadsbestuur van Antwerpen zag het met lede ogen aan en stuurde in 1562 zelfs tevergeefs een delegatie naar Madrid om de plannen te herzien.

Filips II, portret door Sofonisba Anguissola.

Tot op de dag van vandaag hangt het blazoen van Filips II centraal op het Antwerpse stadhuis. De Spaanse koning liet het er in 1564 aanbrengen om in volle Tachtigjarige Oorlog duidelijk te maken wie de eigenlijke baas was in de Sinjorenstad.

Het heraldische blazoen van Filips II hangt sinds 1564 op het Antwerpse stadhuis.

Source: VRT NWS · Dennis van den Buijs

At a glance

Topic
World
Country
🇧🇪 BE
Publisher language
NL
Added to Allnira