Deze artistieke interpretatie toont hoe Gerrothorax maritimus eruit zou kunnen hebben gezien.

In China zijn fossiele resten gevonden van de eerste tot nu toe bekende zoutwateramfibie. Onze hedendaagse amfibieën kunnen niet lang overleven in zee, maar de Gerrothorax maritimus zou er zijn hele leven hebben doorgebracht. Dat hij dat kon, had hij te danken aan een dik vel. Letterlijk. 

Van alle kikkers, padden, salamanders en andere amfibieën die er vandaag op aarde rondlopen, zijn er geen die het lang uithouden in zout water.

In het totaal zijn zo'n 8.000 verschillende amfibieënsoorten bekend, en daarvan kunnen slechts 144 ietwat overweg met brak water. Kort, slechts, en daarna moeten ze op krachten komen in zoet water.

Dat komt doordat amfibieën een erg doorlaatbare huid hebben. Ze gebruiken die om te drinken en om te ademen. Water en zuurstof kunnen erdoorheen.

Maar in zout water zouden ze uitdrogen. Het zout zou immers hun lichaamsvocht onttrekken, net zoals een stuk aubergine gaat zweten wanneer je er zout op strooit.

Onderzoekers hebben nu een prehistorische amfibie ontdekt die zijn hele leven op de zeebodem moet hebben doorgebracht. Zonder uit te drogen, bovendien.

De vondst zelf dateert al van 2004, toen boeren 2 skeletten opgroeven uit een 273 miljoen jaar stuk rots dat bestond uit oceaansediment. Het grootste skelet was zo'n 75 centimeter groot.

Het gaat hoogstwaarschijnlijk om het enige bekende zee-amfibie, schrijven de Amerikaanse en Chinese wetenschappers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Ecology & Evolution .

Het dier moet tot het geslacht Gerrothorax hebben gehoord, een familie van oeramfibieën uit het Trias, besloten de onderzoekers op basis van het afgeplatte lichaam. Die oeramfibieën konden ook in brak water hun mannetje staan, maar tot zover bekend niet in zee.

Deze dus wel. Daarom doopten ze hun ontdekking Gerrothorax maritimus, of zee-Gerrothorax.

De skeletten, inclusief resten van het pantser, waren goed bewaard.

Het dier zag er niet uit zoals je je een kikker of een salamander voorstelt, zegt professor Aardwetenschappen Ryosuke Motani (UC Davis), een van de ontdekkers.

"Het was groot, en qua lichaamsmassa ongeveer hetzelfde als een reuzensalamander (die 1,5 meter lang kunnen worden en 40 kilogram zwaar, red.). Het verschil is dat reuzensalamanders langwerpig zijn, terwijl dit dier heel dik was."

Dik, plat, gepantserd en schijfvormig om precies te zijn. De wobbegong, een bizarre haai die op de zeebodem leeft, geeft waarschijnlijk het beste idee van hoe de Gerrothorax maritimus eruit moet hebben gezien.

Maar hoe kunnen de wetenschappers zo zeker zijn dat het echt om een zee-amfibie gaat?

Er is natuurlijk het stuk oceaansediment waarin de skeletten zijn gevonden, in de huidige Chinese provincie Guizhou. In dezelfde afzetting werden ook resten van een guizhouichthyosaurus gevonden, een enorm zeereptiel uit het Trias.

De dichtstbijzijnde eilanden bevonden zich toen 30 kilometer verderop. Bovendien droegen de skeletten dezelfde chemische vingerafdruk als het zeewater in die tijd.

De goedbewaarde skeletten wijzen er ook op dat de dieren niet op land gestorven zijn, en nadien afgedreven in zee. "Op zee verliezen karkassen meestal ledematen voor ze naar de bodem zinken", zegt Motani. "De vingers van deze dieren zijn zo goed bewaard dat ze wellicht gestorven zijn waar ze leefden."

Het dier leek wellicht een beetje op de wobbegong, een wat bizarre hedendaagse haai die op de zeebodem leeft.

En leven, dat deden ze wellicht op de zeebodem. "Waarschijnlijk wachtten ze daar gewoon tot er een prooi voorbij kwam. Die zogen ze dan naar binnen", zegt Motani, net zoals de wobbegong dat nog steeds doet. Vissen, wormen en inktvissen: ze moeten allemaal op het menu hebben gestaan.

Dat ze het daar überhaupt konden uithouden, hadden ze wellicht te danken aan hun dik vel. Het pantser dat typisch is voor het geslacht Gerrothorax, en dat de zoetwaterneefjes beschermde tegen roofdieren, hield ook het zeewater buiten.

Hoe ze dan aan hun water kwamen? Door te drinken, wellicht, anders dan onze salamanders vandaag. Het overtollige zout voerden ze dan af via hun kieuwen. Zo slaagden ze erin miljoenen jaren lang op de zeebodem te overleven, zonder te eindigen als een schijfje aubergine in de oven.

Source: VRT NWS · Vincent Merckx

At a glance

Topic
World
Country
🇧🇪 BE
Publisher language
NL
Added to Allnira