Benzineopslagtank Zawiya-raffinaderij in brand na drone-aanval, bron: Reuters
"Hoe kunnen we ons afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen?" De vraag beheerst alweer de huidige EU-top, nu de energieprijzen blijven stijgen. Onze fossiele brandstoffen komen niet altijd van even betrouwbare partners. Rusland is het mooiste voorbeeld. Maar ook bij Libië kan je vragen stellen. Dat was in 2025 al de vierde leverancier van ruwe olie aan Europa, voor Saoedi-Arabië. Maar de situatie is er allesbehalve stabiel. Vechtende partijen viseren er de olie-infrastructuur.
Samenvatting:
Sinds half augustus verstoren blokkades en drone-aanvallen de olie-infrastructuur in het westen van Libië. Zo gingen volgens de Libische oliemaatschappij NOC eind september in vier dagen ruim 720.000 vaten aanvoer verloren.
De Libische regering zegt dat ze een sabotagecel heeft opgerold die achter de drone-aanvallen zat. De cel is gelinkt aan het leger van krijgsheer Khalifa Haftar. Die heeft driekwart van het land en de olieproductie in handen. Haftar wordt onder meer openlijk militair gesteund door Rusland en de Emiraten
Libië leverde vorig jaar ruim 9% van de Europese ruwe olie. In juni 2026 al 10,6%. Meer dan 80% van de Libische olie-export gaat naar Europa, vooral naar Italië, Spanje en Duitsland. Problemen in Libië kunnen dus Europa rechtstreeks treffen.
21 september jongsleden. Een gewapende militaire groep blokkeert ter hoogte van Hamada klep nummer 7 van de strategische oliepijpleiding tussen het Sharara-olieveld in het zuid-westen en de petroleumhaven van Zawiya, vlakbij Tripoli, in Libië. De Libische nationale oliemaatschappij NOC slaat alarm. Als de klep geblokkeerd blijft, kan de druk in de pijpleiding zo toenemen dat die ontploft.
Onmiddellijk wordt de aanvoer teruggeschroefd. Van 300.000 naar 100.000 vaten om de druk op de pijpleiding te verlagen.
NOC dreigt een "force majeure" af te kondigen : een situatie van overmacht waarbij het zijn olie niet meer kan leveren. Het wil zich zo indekken tegen schadeclaims van zijn klanten. Die klanten zijn binnenlandse afnemers maar ook Europese landen.
Het Sharara-olieveld is het grootste van Libië. Dagelijks pompen ze er 350.000 vaten olie op, goed voor een derde van de totale Libische olieproductie. Die 350.000 vaten vloeien via een 725 kilometer lange pijpleiding naar de olie-export-terminals en de raffinaderij in Zawiya, ten westen van Tripoli. 120.000 vaten gaan naar de raffinaderij, de rest is bedoeld voor export. Vooral naar Europa dus. Het Sharara-veld wordt overigens ook mee beheerd door TotalEnergies (Frankrijk), Repsol (Spanje), OMV (Oostenrijk) en Equinor (Noorwegen).
Arbeider van Libische Nationale Oliemaatschappij (NOC) controleert pijpleiding bij Zawiya, bron: AFP
NOC krijgt twee dagen lang geen toegang tot de geblokkeerde klep. De Petroleum Facilities Guard (PFG), een paramilitaire organisatie die moet waken over de olie-infrastructuur, geeft niet thuis. Die PFG zou zelfs mee betrokken zijn bij de sabotage. Ze blokkeert ook de grote raffinaderij van NOC in Zawiya. PFG wil meer geld.
Uiteindelijk wordt de klep hersteld en de raffinaderij vrijgegeven. Maar pas nadat NOC had gewaarschuwd dat Libië zonder diesel en benzine dreigde te vallen en ook de export dreigde in te storten.
Het zal meerdere dagen duren eer de situatie opnieuw is genormaliseerd. Volgens NOC gaan er op 4 dagen tijd ruim 720.000 vaten aanvoer verloren, een verlies van 75 miljoen dollar.
21 september was niet het enige incident waarin de "Petroleum Facilities Guard" (PFG) een bedenkelijke rol speelde. Een week eerder, op 16 september, sloot de PFG een andere klep van de Hamada-Zawiya pijpleiding af. De druk schoot plots omhoog waardoor alle operaties op de Al-Tahara en Hamada-olievelden abrupt moesten worden stopgezet.
De PFG had twee dagen eerder ook de grote raffinaderij in Zawiya al geblokkeerd. Maar de PFG ging nog verder: het dreigde nog eens zeven grote olievelden af te snijden. Ook die acties draaiden om hogere lonen en een organisatorische herschikking van de PFG. Dat zit nu onder het ministerie van defensie, maar zou onderdeel willen worden van NOC.
De Libische nationale oliemaatschappij dreigde tot drie keer toe "overmacht" uit te roepen voor zijn leveringen aan Europa
Toen al waarschuwde de nationale oliemaatschappij NOC dat er een "force majeure " dreigde indien de blokkage zou aanslepen. Uiteindelijk zouden de twee kleine olievelden maar tienduizend vaten verliezen, veel minder ernstig dan de sabotage van het Sharara-olieveld.
Het toont hoe labiel de situatie in Libië is. Want er waren nog andere incidenten. Zo mogelijk nog ernstiger. Begin september bijvoorbeeld, toen een drone-aanval op een brandstofdepot net buiten Tripoli net kon worden verijdeld.
Maar begin augustus lukte dat niet: toen vielen vijf dagen lang drones olie- en energieinstallaties rond Zawiya aan.
Vooral de raffinaderij kwam zwaar onder vuur te liggen: ze werd minstens vijf keer bestookt door met explosieven beladen drones. Een aanval op 11 augustus raakte een opslagtank met 4,5 miljoen liter benzine. Er volgde een enorme explosie en een vuurzee die de tank helemaal deed instorten. Kort daarna doorboorden de drones ook meerdere dieseltanks. Ze bestookten ook een ontziltingsinstallatie en een elektrisch onderstation, waardoor heel de omgeving zonder stroom viel. Opnieuw waarschuwde NOC voor overmacht .
Niemand eiste de aanvallen op. Aanvankelijk gingen de verdenkingen richting de PFG en de militaire fracties die strijden om de controle over de olie-infrastructuur in het westen van Libië.
Maar het bleek veel ernstiger. Op 6 september verklaarde de officieel erkende Libische regering (Government of National Unity of GNU), geleid door premier Dbeibah dat ze een georganiseerde sabotagecel had opgerold. Die had de drone-aanvallen opgezet en plande nog andere aanslagen. De cel bestond uit minstens vijf personen: drie Libische (para)militairen en twee buitenlanders, naar verluidt Spaanse huurlingen.
De drone-aanvallen bleken opgezet door een sabotagecel van het Libyan National Army
Alarmerend: de cel bleek gelinkt aan de niet-officiële regering van Libië, het Libyan National Army (LNA) van krijgsheer Khalifa Haftar. Dat LNA heeft drie kwart van het Libische grondgebied in handen. De Libische militairen van de sabotagecel maakten deel uit van een brigade van dat LNA, die onder het commando staat van zijn zoon Saddam Haftar.
Daarmee komt de nationale spanning in Libië weer op de radar te staan. Sinds de val van Kadhafi in 2011 is het eigenlijk nooit rustig geweest in Libië. Momenteel is het land verdeeld in twee machtsblokken. De GNU, de internationaal erkende regering van premier Abdul Hamid Dbeibah, controleert vooral het dichtbevolkte noordwesten rond Tripoli. Maar zelfs daar moet ze de macht delen met verschillende gewapende groeperingen.
Vanuit Benghazi en Tobroek opereert de LNA onder krijgsheer Khalifa Haftar, een veteraan van vele Libische oorlogen. Haftar en zijn strijdkrachten hebben rechtstreeks of via bondgenoten ongeveer driekwart van het Libische grondgebied in handen, vooral in het oosten en grote delen van het zuiden. Daarbij ook de meeste olievelden en export-terminals, onder meer in de Golf van Sirte en Tobroek. Haftar heeft fysiek ook drie kwart van de olieproductie in handen, tegenover maar een kwart voor Dbeibha. Maar de internationale verkoop mag alleen via de regering van Dbeibha. Dat drijft het conflict in het land regelmatig op de spits. Want Haftar is een gevaarlijk heerschap.
Haftar probeert zijn vel zo duur mogelijk te verkopen en speelt verschillende mogendheden tegen mekaar uit. Net zoals de officiële Libische regering. Italië, Frankrijk, de Emiraten, Turkije, Egypte, Qatar maar ook Rusland: allemaal proberen ze hun belangen te verdedigen.
De Emiraten en Rusland leveren militaire steun en materieel aan Haftar. De Emiraten leveren drones Destijds vochten Russische Wagner-huurlingen met zijn troepen mee om de controle over Libië. Na de ondergang van de Wagner-milities nam de Russische militaire veiligheidsdienst GRU de fakkel over.
GRU transformeerde Wagner in het zogenaamde Africa Corps. In Libië zorgen ze voor de opleiding van de "special forces" van Haftar. Rusland ondersteunt Haftar niet alleen met militair personeel, maar leverde ook al gevechtsvliegtuigen, luchtverdedigingssystemen, pantservoertuigen en munitie. Sinds de komst van het Africa Corps is die Russische militaire aanwezigheid in Haftar-gebied almaar uitgebreider geworden.
Khalifa Haftar bezocht Moskou ook al meerdere keren en stemde ermee in dat Putin militaire vliegvelden in zijn machtsgebied mag gebruiken en Tobroek op termijn eventueel een marinebasis voor de Russen kan worden.
Russische militaire adviseurs leiden de special forces van het Libyan National Army op
Dat de sabotagecel rechtstreeks verwijst naar zijn zoon Saddam, doet de ongerustheid toenemen. Saddam Haftar is namelijk de doodgeverfde troonopvolger van zijn vader. Hij is de sleutelfiguur in de poging van de Verenigde Staten om een regering van nationale eenheid in Libië te vormen. Saddam Haftar zou daarin de rol van president opnemen, terwijl de familie Dbeibah de premier zou leveren.
Europa vormt de toestand met argusogen op. Want we zijn de voorbije jaren almaar meer ruwe olie uit Libië gaan importeren, ter vervanging van de Russische olie. Dat een door Rusland gesteunde partij in Libië de grootste oliereserves en exportterminals in handen heeft, is niet erg geruststellend. Rusland zou de aanvoer kunnen saboteren om Europa nog meer onder druk te zetten. Het heeft er een handje van weg om via allerlei schimmige tussenstations een hybride oorlogsvoering tegen Europa te voeren én het heeft gas en olie al als wapen gebruikt.
Dat er Spaanse huurlingen zouden uitmaken van de sabotagecel is in dat opzicht heel merkwaardig te noemen. De Spaanse oliereus Repsol heeft zelf belangen in het Libische Sharara-veld en Spanje is één van de belangrijkste invoerders van Libische olie. Huurlingen kunnen natuurlijk door om het even wie betaald worden. Er zijn overigens ook onbevestigde berichten dat de sabotagecel zou zijn opgeleid door Russische militaire instructeurs.
Maar zoals gezegd: niets is bevestigd. Geopolitiek zou het nochtans zin kunnen hebben: Rusland dat mee aan de knoppen zit om een belangrijke aanvoerder van olie naar Europa te destabiliseren én tegelijk Libië te gebruiken als uitvalsbasis om zijn belangen in Afrika te behartigen.
Wat wel klaar is: Libië is een almaar belangrijker speler geworden in de Europese olie-aanvoer. Wanneer het in Libië fout loopt, is Europa het eerste slachtoffer. Niet Rusland en ook niet de VS.
Ruim 9% van onze olie kwam vorig jaar al uit Libië. Daarmee was het de op drie na grootste aanvoerder van olie naar Europa, na de VS, Kazachstan en Noorwegen. Vorig jaar voerde Europa 39,5 miljoen ton of zowat 290 miljoen vaten ruwe olie uit Libië in. Vooral voor Italië is Libië belangrijk. Het haalt ruim 20% van zijn ruwe olie uit Libië om daarmee onder meer diesel en benzine te maken.
Dat was dus vorig jaar, voor het conflict in de Golf uitbrak. Vermoedelijk is die export dit jaar nog toegenomen. Europa is inderdaad de motor achter de Libische olie-export. In 2025 gingen dagelijks 959.000 vaten Libische ruwe olie naar Europa. De overgrote meerderheid daarvan was voor de 27 lidstaten van de EU.
Europa is dan ook met lengten voorsprong de grootste afnemer van Libische aardolie. Ruim 80% van de export ging naar Europa. China komt met 10% ver achterop, de VS en Canada nemen amper 4,4% af.
Zoals gezegd: dat zijn cijfers van 2025. Recente cijfers van juni 2026 wijzen erop dat de aanvoer nog is toegenomen: Libië leverde toen al 10,6% van de Europese ruwe olie. Vooral Italië, Spanje en Duitsland zijn grote afnemers.
Het is dan ook logisch dat Europa de situatie in Libië nauwlettend in het oog houdt. Niet alleen voor de ongecontroleerde stroom van vluchtelingen die via Libië de oversteek proberen te maken naar Europa. Maar ook voor zijn energievoorziening. Libië heeft de grootste oliereserves van Afrika. Het kan een belangrijke levenslijn worden voor Europa. Maar de aanvoer ging de voorbije jaren op en neer.
Eén positief element toch: Libië zelf heeft er ook alle belang bij om die levenslijn naar Europa open te houden. Volgens het IMF haalde het land in 2024 maar liefst 93% van zijn buitenlandse inkomsten uit aardolie, want aardgas en de aanverwante producten. Het leeuwendeel daarvan komt dus van Europa.
Dat weet ook Haftar: snijden in de eigen olie- en gasinstallaties is snijden in de inkomsten van de staat en de burgers. Europa moet dus zoveel aan boord gehouden worden. Maar de vraag is of zijn Russische partner dezelfde inschatting maakt.
Source: VRT NWS · Luc Pauwels
At a glance
- Topic
- World
- Country
- 🇧🇪 BE
- Publisher language
- NL
- Added to Allnira