De Nederlandse zanger Marco Borsato vraagt de Nederlandse staat om hem 391.000 euro terug te betalen, het bedrag dat hij uitgaf aan zijn verdediging in een strafzaak waarin hij uiteindelijk werd vrijgesproken. In Nederland kunnen vrijgesproken verdachten onder bepaalde voorwaarden zo'n vergoeding vragen. In België bestaat die mogelijkheid niet.

Marco Borsato werd op 4 december 2026 over de hele lijn vrijgesproken in een zaak waarin hij beschuldigd werd van ontucht met een minderjarige. Door zijn bekendheid kreeg de zaak veel media-aandacht.

De zaak sleepte ook erg lang aan. Er werd door het slachtoffer aangifte gedaan in december 2021. 5 jaar later kon de zaak pas worden afgesloten.  

Borsato werd in die zaak verdedigd door de bekende Amsterdamse advocaten Geert-Jan Knoops en Carry Knoops-Hamburger. Aan die verdediging hangt een stevig prijskaartje: 391.000 euro. Daarin zit grotendeels het honorarium van de advocaten, maar ook van ingehuurde deskundigen en verplaatsingskosten. 

In Nederland kunnen personen die zijn vrijgesproken een vergoeding vragen voor de kosten die zij maakten tijdens hun verdediging. Het gaat om alle gemaakte kosten, zoals reiskosten en advocaatkosten of kosten van ingeschakelde deskundigen. 

De redenering achter dat systeem is dat het Nederlandse openbaar ministerie hen vervolgd heeft. Die vervolging leidde uiteindelijk tot een vrijspraak en dus moet de overheid de factuur betalen.  

Over het exacte bedrag bestaat in dit dossier echter discussie tussen Borsato en de overheid. Volgens de overheid omvat de vordering ook kosten die Borsato maakte nog vóór er formeel een klacht tegen hem was ingediend. Daarom wordt de zaak vandaag voorgelegd aan een rechter in Utrecht. 

Een gelijkaardige procedure bestaat in België niet. Wie in België vervolgd wordt door het Openbaar Ministerie en finaal wordt vrijgesproken, moet in principe zelf zijn verdedigingskosten betalen. Het komt erop neer dat je dat als burger moet ondergaan. 

In ons land is er wel het systeem van de rechtsplegingsvergoeding. Dat systeem bestaat nog maar sinds 2007. 

Die rechtsplegingsvergoeding werkt anders dan in Nederland. Ze geldt niet tussen een burger en de overheid, maar tussen procespartijen onderling. Het is een systeem tussen de beklaagde en de burgerlijke partij, niet de overheid.  

In ons land wordt, in tegenstelling tot Nederland, geredeneerd dat het Openbaar Ministerie het algemeen belang vertegenwoordigt en dus nooit tot een rechtsplegingsvergoeding kan worden veroordeeld. 

Wie als slachtoffer een onderzoek opstart door zich burgerlijke partij te stellen en de beklaagde wordt uiteindelijk vrijgesproken, kan dus wel veroordeeld worden tot het betalen van de kosten.   

Let wel, het gaat niet om de reële kosten die er gemaakt werden, maar om forfaitaire vergoedingen. De bedragen zijn vastgelegd in een koninklijk besluit dat dateert van 2007, al worden de bedragen wel aangepast aan de index. In de praktijk werkt men met een systeem van basis-, minimum- en maximumbedragen.

De rechtsplegingsvergoeding dekt gedeeltelijk de kosten en erelonen van de advocaat van de partij die gelijk kreeg van de rechtbank. Eenvoudig gezegd: de verliezende partij betaalt de kosten aan de winnende partij. 

Los van de rechtsplegingsvergoeding is er in ons land ook nog het systeem van de 'onwerkzame hechtenis'.  Als je als verdachte opgesloten wordt in de gevangenis en je wordt vrijgesproken, kun je een vergoeding krijgen voor alle dagen dat je, achteraf beschouwd, ten onrechte in de gevangenis zat.  

Source: VRT NWS · Dirk Leestmans

At a glance

Topic
World
Country
🇧🇪 BE
Publisher language
NL
Added to Allnira