De gemeenteraad van New York heeft een verbod goedgekeurd voor ritjes met paardenkoetsen in Central Park. Dat moet ingaan vanaf 1 juni 2028. Over een verbod wordt al jarenlang gediscussieerd. Een dodelijk ongeluk in juni bracht de stemming in een stroomversnelling. Maar de koetsiers zijn het er niet mee eens.
De gemeenteraad van New York boog zich gisteren over het felbesproken voorstel om paardenkoetsen in Central Park te verbieden. Het verbod is uiteindelijk met een grote meerderheid goedgekeurd: 40 gemeenteraadsleden stemden voor, 7 stemden tegen.
Burgemeester Zohran Mamdani moet het besluit nog officieel ondertekenen, maar hij is wel voorstander van een verbod. Het is de bedoeling dat het verbod vanaf 1 juni 2028 ingaat. In de tussentijd wordt een oplossing gezocht voor de koetsiers en voor de paarden.
Over een verbod op paardenkoetsen wordt al jaren gediscussieerd. De kwestie ligt erg gevoelig. Tegenstanders zijn bezorgd over het welzijn en de veiligheid van de dieren, en van de parkbezoekers. Voorstanders hebben het over een traditie die al meer dan 160 jaar bestaat en bij het park hoort.
De traditie van de paardenkoetsen in Central Park is al even oud als het park zelf. Central Park is het grootste en meest bekende stadspark van New York. Het ligt in het hart van Manhattan, een stadsdeel van New York en opende in 1858. Het moest een grote, groene plek zijn waar de inwoners van de snel groeiende stad zich konden ontspannen.
Het park leende zich voor lange wandelingen, ritjes te paard en ritjes met de koets. Paardenkoetsen waren al van bij de opening van Central Park het middel bij uitstek voor welgestelde New Yorkers om zich in hun eigen koets te laten rondrijden en gezien te worden.
Paardenkoetsen op de Driveway van Central Park, circa 1900. De Driveway, de hoofdweg voor rijtuigen, was zowel een praktische vervoersroute als een flaneerroute.
Het park leende zich voor lange wandelingen, ritjes te paard en ritjes met de koets. Paardenkoetsen waren al van bij de opening van Central Park het middel bij uitstek voor welgestelde New Yorkers om zich in hun eigen koets te laten rondrijden en gezien te worden.
Maar ook andere bezoekers en mensen die zich gewoon van het ene deel naar het andere deel van het park wilden verplaatsen, maakten er graag gebruik van. Wie zelf geen rijtuig bezat, kon een koets huren. Die koetsen werden erg populair, ook bij bezoekers van buiten New York.
Van in het begin was er echter ook al verzet. Al in 1866 richtte voormalig diplomaat Henry Berg de American Society for the Prevention of Cruelty to Animals (ASPCA) op, nadat hij getuige was geweest van de mishandeling van koetspaarden.
Dankzij de inspanningen van Henry Berg en de ASPCA kreeg New York als een van de eerste steden in de VS wetten tegen dierenmishandeling. De ASPCA is vandaag de oudste en grootste Amerikaanse organisatie voor dierenwelzijn.
Maar de controverse over de paardenkoetsen in Central Park bleef. Zeker naarmate de paardenkoetsen steeds minder als alledaags vervoersmiddel dienden en steeds meer een toeristische attractie werden.
De ASPCA en andere dierenrechtenorganisaties zoals PETA ijveren al jaren voor een verbod op paardenkoetsen in New York. Ook de Central Park Conservancy, de non-profitorganisatie die Central Park beheert, steunt een verbod.
Net als veel andere mensen vinden zij dat de dieren niet thuishoren in een druk bezocht, lawaaierig park. Het is niet goed voor de gezondheid en het welzijn van de dieren, en ook niet voor hun veiligheid en die van de parkbezoekers, zeggen ze.
In juni stierf Romanch Mahajan, een 18-jarige jongen uit India die met zijn familie op vakantie was in New York, bij een ongeluk met een paardenkoets. Het paard sloeg op hol, waarna de jongen uit de koets viel.
Volgens de Central Park Conservancy waren er de voorbije 13 maanden alleen al 7 "paardgerelateerde incidenten". In mei raakte een koetsier gewond toen een geschrokken paard een andere koets raakte, waardoor die kantelde. In januari rende een paard de weg op, wat een aanrijding met meerdere auto's veroorzaakte.
Er is ook een koetspaard overleden nadat het van een giftige plant in Central Park had gegeten.
De koetsiers en de uitbaters van de koetsen zeggen dat de dieren goed verzorgd worden. De stad New York heeft hier heel wat wetgeving rond opgesteld. Zo moeten de paarden elk jaar een grondig medisch onderzoek ondergaan. Tussendoor moeten ze regelmatig door een dierenarts gecheckt worden.
De paarden mogen maximaal 9 uur per periode van 24 uur werken. Per 2 uur werk moeten ze minstens 15 minuten rust krijgen. Bovendien moeten ze elk jaar minstens 5 weken 'vakantie' krijgen.
Bij koud weer of regen moeten ze winter- of regendekens krijgen. Bij extreme temperaturen, boven de 32 graden Celsius en onder de -8 graden Celsius, mogen ze niet werken.
De paarden moeten ook in erkende koetsstallen verblijven. De meeste stallen bevinden zich aan de westkant van Manhattan, vlak bij Central Park.
Een paard drinkt van een fonteintje bij Central Park terwijl de koetsier wacht. Volgens de koetsiers en de uitbaters van de koetsen worden de dieren goed verzorgd.
New Yorkse beleidsmakers hebben al meermaals geprobeerd om een verbod op paardenkoetsen in te voeren. Daarbij botsten ze telkens op verzet van andere politici en van de organisaties die het personeel in de koetsensector vertegenwoordigen.
Ook in de nieuwe van burgemeester Zohran Mamdani lag een voorstel voor een verbod op tafel. Het debat tussen voor- en tegenstanders was zoals altijd emotioneel beladen.
Maar de stemming kwam in een stroomversnelling na het ongeluk in juni. Het goedgekeurde verbod is vernoemd naar Romanch Mahajan. "Dit moet ervoor zorgen dat hij de laatste ziel is die we aan deze industrie verliezen", zei voorzitter Julie Menin. Mahajans familie was aanwezig bij de stemming.
De woordvoerder van burgemeester Mamdani heeft al laten weten dat hij het verbod formeel zal ondertekenen. Toch zal het nog niet meteen ingaan. Pas vanaf 1 juni 2028 zouden er geen paardenkoetsen meer door Central Park mogen rijden.
Er is een overgangsperiode ingebouwd om een oplossing te zoeken voor de ongeveer 180 paarden en de 200 eigenaars, koetsiers en andere medewerkers. De stad wil hen begeleiden om ander werk te vinden.
Wat de dieren betreft, de stad verbiedt alvast expliciet dat ze verkocht mogen worden voor soortgelijk werk of voor de slacht. Eigenaars zouden hun dieren ook gewoon mogen houden als ze dat willen.
De Transport Workers Union, een organisatie die de koetsiers vertegenwoordigt, overweegt juridische stappen tegen het verbod. Er zijn geen garanties voor de werknemers, klinkt het, en ze dreigen "economisch geruïneerd" te worden.
Source: VRT NWS · Kathleen Heylen
At a glance
- Topic
- World
- Country
- 🇧🇪 BE
- Publisher language
- NL
- Added to Allnira