Over twee dagen vellen tientallen miljoenen Amerikanen via de stembus hun oordeel over wie ze het land willen zien leiden, en waar het met grootmacht Amerika heen moet. De afgelopen jaren zijn de Verenigde Staten stevig op hun grondvesten aan het daveren en worden de principes van de democratie en de rechtsstaat flink op de proef gesteld. De Amerikaanse president Trump lijkt een permanente stresstest uit te willen voeren op de veerkracht van zijn land als supermacht. Björn Soenens analyseert. 

De grootste bedreiging voor de Verenigde Staten draagt geen Chinees uniform, spreekt geen Russisch en vaart niet onder Iraanse vlag. Ze woont in de Amerikaanse spiegel.

Het is een gedachte die teruggaat tot een van de meest profetische toespraken uit de Amerikaanse geschiedenis. In 1838 waarschuwde de jonge Abraham Lincoln dat het geen buitenlandse macht zou zijn die de Verenigde Staten zou vernietigen.

Als de republiek ten onder ging, dan zou dat gebeuren "door zelfmoord", zei Lincoln. Niet door een invasie, maar door interne erosie of corrosie. 

Geen wereldrijk valt op één dag. Dat is misschien wel de belangrijkste les van de geschiedenis. Het gaat eerst heel traag en geleidelijk, maar dan plots heel snel

Björn Soenens

De democratie zou bezwijken wanneer Amerikanen zelf de fundamenten onder hun eigen huis zouden wegzagen.

Lincoln waarschuwde voor een samenleving die langzaam haar eigen instituties ondermijnt. Voor een land dat het vertrouwen in de rechtsstaat verliest. Een maatschappij die verdeeld raakt. Die vergeet welke waarden haar groot maakten. Bijna 2 eeuwen later klinkt de waarschuwing van Lincoln verrassend actueel.

Gedurende 80 jaar berustte de wereldorde op wat historici de Pax Americana noemen: een periode waarin de Verenigde Staten niet alleen de grootste militaire macht waren, maar ook de belangrijkste leverancier van open markten, wetenschappelijke vooruitgang, internationale instellingen en een relatief stabiele (vrije) handelsorde.

Dat tijdperk bracht ongekende welvaart voort. Niet alleen voor Amerikanen, maar voor miljarden mensen. Geen wereldrijk valt op 1 dag. Dat is misschien wel de belangrijkste les van de geschiedenis. Het gaat eerst heel traag en geleidelijk, maar dan plots dendert het heel snel naar beneden.

Er is iets grondig mis met een wereldmacht die haar eigen succesformule begint te wantrouwen. Wie de voorbije decennia de opmars van de Verenigde Staten volgde - als correspondent, als kijker, als toeschouwer van de geschiedenis - zag een land dat welvaart bouwde op 3 pijlers: openheid, innovatie en handel. 

Amerika werd groot door zijn openheid voor paria's uit de hele wereld.

Historicus Johan Norberg beschrijft in het fascinerende boek Peak Human hoe beschavingen niet ten onder gaan door externe vijanden, maar door interne uitputting van precies die pijlers, vooral de openheid. Amerika, betoogt hij, vertoont vandaag die symptomen. En de voorbeelden zijn niet abstract. Ze zitten tegenwoordig bijna elke dag in het televisie- en radiojournaal.

In 'Peak Human' beschrijft Johan Norberg hoe de mensheid juist dankzij openheid een ongekende sprong maakte. Handel maakte landen rijker dan oorlog. Ideeën reisden sneller dan legers.

Migranten brachten kennis mee, ondernemers bouwden nieuwe industrieën en wetenschappers profiteerden van internationale samenwerking. 

De spectaculaire daling van extreme armoede, de stijgende levensverwachting en de explosie van technologische innovatie zijn geen natuurverschijnselen.

Ze zijn het resultaat van samenlevingen die grenzen openzetten voor  goederen, kapitaal, talent en ideeën. Amerika was daarvan misschien wel het overtuigendste voorbeeld. Ook Amy Chua, hoogleraar Rechten aan de universiteit van Yale en auteur van 'Wereldrijk voor een dag', beschouwt de Verenigde Staten als misschien wel het zuiverste voorbeeld van een samenleving die – tot voor kort – dankzij tolerantie tot wereldwijde overheersing is gekomen.

Ondanks de slavernij, ondanks het meedogenloos verdrijven van inheemse volkeren, trok de VS tientallen miljoenen immigranten aan, dankzij het ideaal van godsdienstvrijheid, dankzij een marktstelsel dat openstond voor mensen uit alle maatschappelijke klassen en van uiteenlopende nationaliteit. 

Johan Norberg, auteur van 'Peak Human: What We Can Learn from the Rise and Fall of Golden Ages'.

Amerika maakte zo lang gebruik van de energie en het vernuft van al die nieuwelingen.

Neem nu Silicon Valley. Dat is geen geografisch wonder, maar in essentie een immigratieverhaal. Sergey Brin (stichter van Google) kwam als kind uit de Sovjet-Unie. Elon Musk arriveerde uit Zuid-Afrika. Jensen Huang (de baas van chipsproducent Nvidia) werd geboren in Taiwan. De lijst is eindeloos.

Achter vrijwel iedere technologische revolutie van de afgelopen halve eeuw staat een immigrant of een kind van immigranten. Dat is geen toeval. Innovatie gedijt waar talent zich vrij kan verplaatsen.

Juist daarom is de huidige Amerikaanse reflex zo opmerkelijk. De grenzen sluiten zich. Visa worden schaarser. Buitenlandse studenten twijfelen of zij nog welkom zijn.

Universiteiten, ooit de magneet voor het slimste talent ter wereld, zien hun aantrekkingskracht afnemen. Niet omdat MIT of Stanford slechter zijn geworden, maar omdat Amerika minder open oogt.

Amerika werd groot gemaakt door immigranten, zoals Jensen Huang, de baas van chipsproducent Nvidia.

Amy Chua is stellig op pagina 24 van 'Wereldrijk voor een dag': "Hypermachten (zoals de VS) vallen ten prooi aan versplintering en desintegratie op het moment dat hun kerngroep intolerant wordt, een beleid van chauvinisme of ‘eigen-volk-eerst’ aanneemt en pogingen doet om vreemdelingen en niet te assimileren groepen te verdrijven of buiten te sluiten."

Sinds begin 2025 voert de regering-Trump een reeks maatregelen door die de poort naar Amerikaans talent effectief stukje bij beetje dichttrekken. Studentenvisa worden nu beperkt tot 4 jaar, met bijkomende restricties op het wisselen van school of studierichting.

Harvard kreeg het het zwaarst te verduren: de president schortte de studentenvisa van buitenlandse studenten aan de universiteit 6 maanden op, nadat miljarden aan onderzoeksgeld al bevroren waren. 

Innovatie ontstaat zelden in gesloten systemen. De geschiedenis laat dat telkens opnieuw zien

Björn Soenens, analist VRT NWS

De schade is merkbaar. Het aantal internationale afgestudeerden in de VS kelderde in 2025 met 12 procent tegenover het jaar voordien, en de cijfers voor 2026 wijzen op een nog steilere daling.

Dit zijn dus geen abstracte statistieken: het zijn de wetenschappers, ingenieurs en ondernemers van morgen die nu naar Toronto, Londen of Singapore vertrekken in plaats van naar Boston, San Francisco of Palo Alto.

Innovatie ontstaat zelden in gesloten systemen. De geschiedenis laat dat telkens opnieuw zien. Venetië bloeide zolang het een kruispunt van handel bleef.

Amsterdam werd in de gouden 17e eeuw de rijkste stad van Europa omdat kooplieden, vluchtelingen en drukkers er welkom waren. En alle godsdiensten naast elkaar mochten bestaan. Een smeltkroes van vele verschillende gedachten en culturen.

Groot-Brittannië werd een wereldmacht dankzij vrije zeehandel en industriële vernieuwing. Toen Spanje in de 16e eeuw zijn Joodse en islamitische bevolking verdreef, verloor het een aanzienlijk deel van zijn ondernemers, financiers en vaklieden. Openheid creëert rijkdom. Afsluiting vreet die rijkdom op.

Ook de handel in de VS staat onder druk. Protectionisme klinkt aantrekkelijk. Eigen industrie eerst. Productie terughalen. Tarieven als patriottisch instrument. Maar economische geschiedenis is zelden vriendelijk voor landen die denken zichzelf rijk te kunnen afsluiten of omheinen. Zo werkt het eenvoudigweg niet.

De Verenigde Staten werden groot dankzij een enorme interne markt én toegang tot de wereld. Boeing verkocht vliegtuigen wereldwijd. Apple assembleert producten via internationale ketens. Amerikaanse landbouw voedt continenten. De dollar werd de wereldwijde reservemunt omdat de wereld vertrouwen had in een open Amerikaanse economie.

Wie handel vooral ziet als verlies of afzetterij in plaats van wederzijds voordeel, ondermijnt uiteindelijk de eigen concurrentiekracht. De Trump-tarieven vormen de grootste Amerikaanse belastingverhoging als percentage van het bbp in ruim 30 jaar, en drukken zwaar op gewone Amerikaanse gezinnen: gemiddeld zo'n 1.500 dollar extra per huishouden in 2026.

Grote bedrijven voelen het rechtstreeks. Procter & Gamble moest de prijzen van een kwart van zijn producten verhogen door een tariefimpact van 1 miljard dollar op jaarbasis, terwijl zelfs een brouwer als Constellation Brands (bekend van de biermerken Modelo, Corona en Pacifico uit Mexico) miljoenen verliest aan tarieven op aluminium blikjes.

De Trump-tarieven veroorzaakten veel onzekerheid en hogere prijzen voor consumenten.

Het Amerikaanse Hooggerechtshof zette in februari dit jaar weliswaar een deel van deze tarieven - die onder de nationale noodwet waren ingevoerd - buitenspel, maar de regering herstelde ze meteen via een andere juridische spitsvondigheid: een wet die (zogezegd) dwangarbeid verbiedt.

De boodschap is duidelijk: protectionisme is geen tijdelijke opwelling meer, het is standaardbeleid geworden, ondanks de rechterlijke tegenwind. 

De Pax Americana wankelt niet omdat China sterker wordt of omdat Rusland agressiever optreedt, hoe reëel die uitdagingen ook zijn. Ze wankelt omdat de Verenigde Staten zelf, decreet na decreet, tarief na tarief, de instrumenten afbreken die hen groot maakten.

Geen vijandelijke mogendheid dwong Washington om zijn beste universiteiten te destabiliseren, buitenlands talent af te schrikken of zijn eigen consumenten via tarieven te belasten.

Dat soort curieus geval van zelfvernietiging vereist geen buitenlandse tegenstander. Het vereist enkel binnenlandse angst en een overheidsapparaat dat bereid is die angst om te zetten in fnuikende wetgeving.

De ironie is bijtend. Een grootmacht die zichzelf isoleert uit angst voor haar concurrenten, doet precies wat die concurrenten nooit zouden kunnen afdwingen

Björn Soenens

China hoeft niet te winnen als Amerika ophoudt te spelen. En dat is de kern van de boodschap in Upward, het uitermate verhelderende geopolitieke boek van Johan Norberg: de grootste bedreiging voor de Amerikaanse eeuw draagt geen vreemde vlag.

Ze spreekt Engels, zit in het Congres en in het Witte Huis, en noemt zichzelf soms zelfs patriottisch. De ironie is bijtend. Een grootmacht die zichzelf isoleert uit angst voor haar concurrenten, doet precies wat die concurrenten nooit zouden kunnen afdwingen.

Een samenleving leeft van vertrouwen. De Pax Americana functioneerde omdat bondgenoten geloofden dat Washington voorspelbaar was. Verdragen golden langer dan de zittende president of het verkozen Congres. Universiteiten waren onafhankelijk. De rechtspraak stond boven de politiek. De centrale bank werd gerespecteerd. Wetenschap had nog gezag.

Nu wordt Dr. Fauci, de belangrijkste viroloog van de VS in de voorbije decennia, door de Republikeinen in de Senaat behandeld als een crimineel, omdat hij mondmaskers en vaccins promootte. De VS laat toe dat de mazelen – 30 jaar geleden min of meer uitgeroeid – terug zijn, omdat men niet genoeg gelooft in vaccinatie.

Institutioneel kapitaal bouw je op in generaties en kun je in enkele jaren verspelen. Het is langzaam vergeten geraakt waarom instellingen ooit werden gebouwd. De geschiedenis kent talloze voorbeelden.

Dr. Fauci: een voorbeeld van hoe een gerespecteerd wetenschapper door wat hij zei over het coronavirus tot een verrader werd bestempeld.

Het Romeinse Rijk werd niet verslagen in één beslissende veldslag. Interne corruptie, bestuurlijke verlamming en economische verzwakking gingen vooraf aan de invallen van buitenaf. De Republiek Venetië verloor haar voorsprong toen handelsroutes verschoven en bestuurlijke vernieuwing uitbleef.

Groot-Brittannië bleef na de Tweede Wereldoorlog een invloedrijk land, maar kon de kosten van zijn imperium niet langer dragen terwijl nieuwe economische machtscentra opstonden.

Grote mogendheden vallen zelden alleen door externe vijanden. Meestal worden die vijanden gevaarlijk op het moment dat het binnenwerk al begint te rotten. Dat betekent niet dat Amerika onvermijdelijk in verval is.

Er is ruimte voor optimisme. De kracht van open samenlevingen is hun vermogen zichzelf te corrigeren. Democratieën maken fouten, maar bezitten ook mechanismen om daarvan terug te keren. Universiteiten kunnen zich herstellen.

Ondernemerschap verdwijnt niet van de ene op de andere dag. Immigranten blijven Amerika zien als een land van kansen zolang die kansen werkelijk blijven bestaan.

Wereldmachten verliezen hun positie zelden op het moment dat anderen sterker worden. Ze verliezen die wanneer zij zelf vergeten waarom ze ooit zo sterk waren

De vraag is of Amerika binnen afzienbare tijd zijn trouw herstelt aan de eigenschappen die het groot maakten. Vrije handel. Vrije wetenschap. Vrije meningsuiting. Vrij verkeer van talent. Vertrouwen in instellingen en de eigen burgers. De motoren van economische en geopolitieke macht.

Lincoln zag het gevaar al voordat Amerika een wereldmacht was. De republiek zou niet sterven door buitenlandse legers, maar door eigen faliekante keuzes. Misschien is dat de belangrijkste les van de – nu snel vervliegende - Pax Americana.

Wereldmachten verliezen hun positie zelden op het moment dat anderen sterker worden. Ze verliezen haar wanneer zij zelf vergeten waarom ze ooit zo sterk waren.

Zouden de Amerikanen daar aan denken als ze dinsdag naar de stembus gaan?

”De ergste vloek die de techniek over ons heeft gebracht, is dat zij het onmogelijk maakt de actualiteit ook maar één seconde te vergeten.” Woorden van Stefan Zweig in het beroemde boek 'De wereld van gisteren'.

Elke zondag richt Björn Soenens zijn blik op de wereld en wat daarin verschuift en wankelt. Hoe we intussen met z’n allen proberen niet mentaal te bezwijken onder de nieuwsstroom.

Source: VRT NWS · Björn Soenens

At a glance

Topic
World
Country
🇧🇪 BE
Publisher language
NL
Added to Allnira