Medewerkers van treinmaatschappij Iryo nemen een minuut stilte voor de slachtoffers
De spoorwegen in Spanje zijn lang gezien als het schoolvoorbeeld voor treinen in Europa, maar na 2 dodelijke ongevallen in nog geen jaar ligt die reputatie in duigen. Het land bouwt spoorwegen aan de lopende band, maar er is zo goed als geen geld voor onderhoud. "Er zullen belangrijke politieke beslissingen genomen moeten worden", zegt correspondent Sven Tuytens.
In 2024 geeft Spanje zo'n 4,5 miljard euro uit aan zijn hogesnelheidsnet, meer dan enig ander EU-land. Met ruim 3.100 kilometer spoor heeft het het grootste hogesnelheidsnet van Europa uitgebouwd.
Samen met de uitbreiding van het net groeit ook het aantal gebruikers: in 2024 namen ongeveer 40 miljoen mensen de hogesnelheidstrein, een verdriedubbeling in vergelijking met enkele jaren ervoor.
Het volledige spoornet, dus hoge- én lagesnelheidstreinen samen, vervoerde vorig jaar in totaal zo'n 550 miljoen passagiers.
In Spanje is de trein dus een van de populairste manieren om zich te verplaatsen. Dat komt vooral omdat treinen er erg goedkoop zijn.
In vergelijking met België wordt het spoor in Spanje commercieel uitgebaat. Sinds 2021 zijn er 4 grote spelers: Renfe (met AVE en budgetformule Avlo) van Spanje zelf, Ouigo van Frankrijk en Iryo van Spanje en Italië.
De concurrentie deed de prijzen sterk dalen, voor sommige trajecten zelfs bijna met de helft.
Het Spaanse treinnet wordt commercieel uitgebaat
Naast de goedkope treintickets speelt de geografie van Spanje een rol. Madrid ligt centraal, met heel wat grote steden op 300 tot 600 kilometer van elkaar. Daardoor kan de trein tegen het vliegtuig concurreren zodra de prijs daalt.
Naar schatting zouden elk jaar 900.000 mensen daardoor de trein kiezen boven het vliegtuig, blijkt uit cijfers van de Spaanse nationale markt- en mededingingsautoriteit CNMC.
"Er is een groot verschil met België", vertelt correspondent in Spanje Sven Tuytens. "Mensen hebben geen alternatief voor de trein: het is goedkoop en erg handig voor grote afstanden."
Die groei komt met een keerzijde: de onderinvestering in het onderhoud van de spoorwegen. Volgens persagentschap Reuters gaf Spanje de laatste jaren ongeveer 16 procent van zijn totaalinvestering uit aan het onderhoud van de sporen, een stuk minder dan andere Europese landen.
"Er wordt veel aandacht gegeven aan de uitbreiding en het aanbod van het netwerk", zegt Tuytens. "Maar er gaat te weinig geld naar het onderhoud ervan. Andere landen zoals Frankrijk, Duitsland en Italië geven gemiddeld 36 procent uit aan onderhoud, meer dan het dubbele."
Bij het treinongeval in Adamuz, begin dit jaar, leek een gebrek aan onderhoud de voornaamste oorzaak voor het ongeval
Bij de 2 dodelijke treinongevallen van dit jaar is die piste een van de eerste die onderzocht wordt: zijn de ongevallen het gevolg van de beperkte investeringen in onderhoud en veiligheid?
Bij het treinongeval in Adamuz in januari, toen 46 mensen om het leven kwamen, leek slecht onderhoud van het spoor de directe oorzaak van het ongeval. Nu lijkt het ongeval in Toledo het gevolg van een menselijke fout, in combinatie met het decenniaoude beveiligingssysteem LZB.
Dat systeem dateert al uit 1992 en "valt regelmatig uit", zei de minister van Transport gisteren. Dat is ook gisteren gebeurd.
Het systeem is niet per definitie onveilig, maar verschilt van het modernere Europese ERTMS.
In beide gevallen is Adif, het staatsbedrijf achter de Spaanse spoorwegen, de beheerder en verantwoordelijk voor de veiligheidsprocedures.
Adif valt rechtstreeks onder het Spaanse ministerie van Transport, met minister van Transport Óscar Puente aan het hoofd. Hij weigerde politieke verantwoordelijkheid te nemen bij het vorige ongeval in januari, en ook nu weigert hij af te treden.
"Niet aan de orde momenteel", aldus de minister.
De vraag is of de doorgedreven liberalisering de veiligheid op het spoor onder druk heeft gezet. De voordelen zijn duidelijk: lagere prijzen, meer keuze en een sterke groei van het aantal reizigers.
Concurrentie brengt ook extra uitdagingen met zich mee voor infrastructuurbeheerder Adif: zo moeten alle operatoren op verschillende vlakken op elkaar afgestemd worden. Dat maakt het spoorwegbeheer complexer.
In februari dit jaar werd al betoogd voor meer veiligheid op het spoor
Treinmachinisten zijn bezorgd over de staat van de Spaanse spoorwegen. Vandaag stond een stakingsactie gepland waarbij de veiligheidssituatie op het spoor wordt aangekaart.
Ze doen dat, omdat de gesprekken over meer veiligheid na het vorige ongeval volledig zijn stilgevallen. Het ongeval van gisteren versterkt alleen maar hun visie dat dringend actie ondernomen moet worden.
"Machinisten voelen zich onveilig", vertelt Tuytens. "En ik kan me inbeelden dat treinreizigers ook niet met een gerust hart op de trein stappen. Het vertrouwen in het netwerk is helemaal weg."
Wie durft vandaag nog de trein te nemen? Het vertrouwen in het netwerk is helemaal weg
Sven Tuytens, correspondent voor VRT NWS in Spanje
En dan rijst de vraag: wie is hiervoor verantwoordelijk? "Op dit moment wordt de regering natuurlijk aangevallen. Niet vergeten: we bevinden ons bijna in een verkiezingscampagne (eind november zijn er verkiezingen in Spanje), en dan is dit natuurlijk opnieuw een stok om de regering mee te slaan."
Premier Pedro Sánchez is opnieuw kop van Jut bij de oppositie
De meeste partijen hebben hun campagne nu tijdelijk gestaakt, maar de radicaal-rechtse partij Vox deed dat niet.
"Ze gaan zelfs een stap verder. Ze stappen naar de rechtbank om de regering aan te vallen en verantwoordelijk te houden voor het ongeval. Je voelt aan alles dat de spanning nu hoog oploopt."
De komende verkiezingen zullen moeten uitwijzen of ook de kiezer de regering aansprakelijk houdt voor de dodelijke treinongevallen.
Source: VRT NWS · Lukas Lecluyse
At a glance
- Topic
- World
- Country
- 🇧🇪 BE
- Publisher language
- NL
- Added to Allnira